Didactisch onderzoek
Als kinderen hoogbegaafd zijn, wordt er nog te vaak gedacht dat het leren vanzelf gaat. Ze laten op school wel zien wat ze kunnen, leren gemakkelijk en behalen goede cijfers. Maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn.
Mogelijk voelen de kinderen al weerstand tegen alles wat met leren of toetsen te maken heeft. Misschien mogen ze van zichzelf geen fouten maken en blokkeren ze als ze merken dat het niet helemaal goed gaat.
Vaak denken hoogbegaafde kinderen op zo'n andere manier dat het – voor hen – goede antwoord er niet tussen staat. Ook leggen ze de lat voor zichzelf hoog, omdat de omgeving dit van hen verwacht. Want hoogbegaafd zijn betekent toch dat je 'slim' bent?!

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom kinderen op school niet laten zien wat ze allemaal weten en kunnen. Tijdens het didactisch onderzoek willen wij zien wat de kinderen denken, weten en voelen. Staan ze al ‘uit’ voor leren of niet? Wat denken ze als ze een toets voor zich krijgen? Hoe reageren ze? Wat gebeurt er allemaal? Op school zien ze slechts het topje van de ijsberg: wat kinderen laten zien en wat kinderen doen. Wij willen juist samen met de kinderen onderzoeken wat er onder de waterlijn bij de ijsberg gebeurt. Dat stukje dat niet direct zichtbaar is.
Tijdens het didactisch onderzoek gaan we op zoek naar de onderwijsbehoefte, manier van leren, strategie en motivatie. We gaan aan de slag met materiaal voor rekenen, spelling, technisch en begrijpend lezen. Het kan zijn dat we met al deze vakken aan de slag gaan, maar het kan ook om een deel van de vakken gaan.
Het doel bepalen we samen: willen de kinderen weten of ze meer kunnen dan ze laten zien? Dan gaan we doortoetsen. Willen ze weten of ze dingen hebben gemist dan gaan we terugtoetsen. Willen ze weten of ze nog ‘aan’ kunnen gaan, wat ze wel weten (en van tevoren niet dachten), of ze fouten mogen maken van zichzelf en nog een heleboel meer? Dan gaan we breed toetsen.
Bij doortoetsen en terugtoetsen is het fijn en ook handig als we scores krijgen. Die geven een beeld van wat de kinderen kunnen. Bij breed toetsen kunnen er scores uitkomen, maar dat hoeft niet.
Hou er rekening mee dat het proces voorrang heeft op het product. Met andere woorden de observaties zijn belangrijker dan de scores. De scores zijn geen prestatie om te behalen maar een meting van de huidige staat. Na afloop van het didactisch onderzoek ontvangen de ouders/verzorgers en de school een uitgebreid verslag en advies, tips en handvatten.
Het didactisch onderzoek is geschikt voor kinderen op de basisschool.

