Persoonlijke verhalen over hoogbegaafdheid – Deel 3: Lisette

(H)erkenning van hoogbegaafdheid kent geen leeftijd. Soms zijn bepaalde kenmerken al vroeg zichtbaar, soms ontstaat begrip pas veel later. En soms krijgt iets wat jarenlang vooral als ‘anders’ werd ervaren ineens betekenis wanneer er met een andere blik naar wordt gekeken.

Tijdens de Week van de Hoogbegaafdheid delen we in een drieluik drie persoonlijke verhalen. Drie verschillende perspectieven die laten zien hoe belangrijk het is om verder te kijken dan gedrag, prestaties of verwachtingen en aandacht te hebben voor de binnenwereld van de persoon daarachter.

In het eerste deel vertelde Loes hoe aanpassen al op jonge leeftijd een overlevingsstrategie werd. In het tweede deel deelde Cathelijne hoe haar ervaringen met hoogbegaafdheid haar zelfbeeld, schoolloopbaan én uiteindelijk haar professionele pad hebben gevormd.

We sluiten het drieluik af met het verhaal van Lisette. Een verhaal over jarenlang aanpassen en zoeken naar wat er vanbinnen gebeurde. Over haar ervaringen in de verpleging en het onderwijs, vastlopen en uiteindelijk met een andere blik naar zichzelf leren kijken. Maar ook over wat die persoonlijke ervaringen haar hebben geleerd over het belang van (h)erkenning bij kinderen.

Het verhaal van Lisette

Lang, heel lang geleden werkte ik als verpleegkundige op de afdeling kinderneurologie van het Radboud ziekenhuis. Hier vertelde een moeder van een patiëntje hoe ingewikkeld zij het vond om een hoogbegaafd kind te hebben: “Niet begrepen, niet gezien, geen hulp, zelf niet weten waarin hun gezinsleven ‘anders’ was, dan dat van het gemiddeld genomen gezin. Kinderen die een achterstand hebben in hun ontwikkeling, worden gezien en gehoord, hier zijn mogelijkheden voor. Voor mijn kind en ons gezin zijn we voortdurend verwikkeld in zoeken naar (h)erkenning…” Ik kan me dit gesprek nog specifiek voor de geest halen, de plek, de stoel waar ze zat, het kind in bed, ik kan zelfs mijn gevoel nog terughalen dat ik bij deze moeder, dit gesprek had.

Zelf heb ik een heel gewoon leven geleid, waarin ik me als vanzelf aanpaste aan de omgeving. Ik was goed in luisteren, voerde graag diepgaande gesprekken en was altijd druk, heel druk in mijn hoofd. Ik zag en voelde wat er om me heen gebeurde, waar anderen situaties al lang vergeten of niet eens opgemerkt hadden. Dit betekende dat ik ook geregeld ‘voor de ander dacht en voelde’. Maar daar kwam ik pas achter toen ik op mijn 45e mijn moeder door suïcide verloor en ik met mezelf aan de slag ‘moest’ om het hoofd boven water te houden. Ik voelde me altijd al wel ‘anders’, dus ging ik nu het pad op van persoonlijke ontwikkeling. Ik volgde de ene na de andere cursus of opleiding en kwam steeds meer over mezelf, mijn innerlijke wereld te weten. Wat gebeurde daar veel. Mijn grote valkuil was dat ik me geregeld schaamde voor mijn eigen gedachten, want ik had alles wat een mens zich maar zou kunnen wensen. Heel vaak begreep de ander (maar ook ikzelf) mijn intense gevoelens en gedachten niet. Dus mijn wereldje vond steeds meer in mijn hoofd plaats.

Mijn carrière in de verpleging en later 20 jaar in het onderwijs als leerkracht en manager onderwijs, hebben mij ver gebracht. Tot ik een jaar geleden (ik ben inmiddels 59 jaar), bij het hoogbegaafdenonderwijs terecht kwam en ik na het wandelen van een 1000 km camino volledig onderuit ging. Mijn lijf protesteerde, ik kwam thuis te zitten in een ‘burn-out’. Mentaal gebroken. Ik kreeg bijzonder goede hulp van mijn werkgever: zo werd ik intensief begeleid door expertisecentrum Wil’skracht en kreeg ik een gesprek waarbij Flexian middels een profielschets inzichten blootlegde, die een enorme impact op mij hadden. Veel kenmerken van hoogbegaafdheid die ze bij mij terug zagen. En eerlijk? Er volgde ontkenning, zelfs schaamte voor het feit dat men dit zag in mij, want ik was echt niet ‘bijzonder slim…’ Andere kenmerken herkende ik wel, zoals snel en diepgaand denken, sterke emotionele intelligentie, kritische en analytische instelling, grote behoefte aan autonomie en rechtvaardigheid, sterke innerlijke belevingswereld, veel ideeën (maar die kwamen bij mij moeizaam of niet tot uiting, zoals bijv het opstarten van een eigen praktijk of het geven van retreats), sterke intuïtie en snel verbanden leggen, vaak ‘anders’ of onbegrepen voelen, zingeving en diepgang in relaties, werk en het leven blijven zoeken.

Of ik pas in het label HB of niet, ik kan het nu meer loslaten en omarm mezelf meer met alle ‘eigenaardigheden’ die ik bij me draag. Ik ben Lisette, met zowel kwaliteiten, alsook valkuilen. Bewustzijn is mijn sleutel.

Ik hoop dat mijn verhaal duidelijk maakt, waarom ik het zo belangrijk vind dat er voldoende kennis is voor deze doelgroep! (H)erkenning….

Hoogbegaafdheid in het (primair) onderwijs is nog vaak minder zichtbaar dan gedacht. Sommige leerlingen presteren ogenschijnlijk goed en passen zich aan. Anderen laten juist gedragsmatig of emotioneel signalen zien: terugtrekgedrag, perfectionisme, frustratie of onderpresteren. Zonder kennis van de kenmerken en dynamiek van hoogbegaafdheid bestaat het risico dat gedrag wordt geïnterpreteerd als werkhoudingprobleem of sociaal-emotionele kwetsbaarheid, terwijl er in wezen sprake is van een mismatch tussen (onderwijs)aanbod en persoonlijke behoefte waardoor iemand tot leren komt.

Een goed opgeleide professional herkent deze signalen als uitingen van een diepere ontwikkelbehoefte. Gedrag staat zelden op zichzelf. Een leerling die “weigert” te werken, kan cognitief allang door de stof heen zijn. Een kind dat extreem perfectionistisch is, kan worstelen met een diepgewortelde angst om niet te kunnen leveren wat er gevraagd wordt. Een leerling die zich terugtrekt, kan het gevoel hebben fundamenteel anders te zijn dan klasgenoten.

Door mijn verdieping en eigen ervaringen ben ik anders gaan kijken en luisteren.

Ik merk dat kennis over hoogbegaafdheid helpt om het gesprek met ouders gelijkwaardiger te voeren. In plaats van tegenover elkaar te staan (school die gedrag ziet, ouders die potentieel zien) ontstaat er ruimte voor gezamenlijke duiding. We brengen perspectieven samen: wat zien ouders thuis? Wat zien wij in de klas? Wat vertelt het kind zelf?

Het kind zelf betrekken in deze driehoek is voor mij essentieel. Hoogbegaafde leerlingen hebben vaak een scherp reflectievermogen. Wanneer zij taal krijgen voor hun ervaringen (bijvoorbeeld dat verveling of frustratie voortkomt uit gebrek aan uitdaging) ontstaat eigenaarschap. Het gesprek verschuift dan van “wat gaat er mis?” naar “wat heb jij nodig om tot leren te komen?”

Een sterke samenwerking tussen ouders, school en kind creëert veiligheid en consistentie. Het voorkomt dat het kind klem komt te zitten tussen verschillende verwachtingen.

Hoogbegaafdheid in het primair onderwijs kan samengaan met onderpresteren, sociale worsteling of een combinatie met leer- of aandachtsproblemen. Die complexiteit vraagt om een systemische blik. Het kind functioneert immers niet los van klasdynamiek, onderwijsaanbod en thuiscontext.

Ik vind het belangrijk om deze factoren met elkaar in verband te brengen. Wanneer een leerling vastloopt, niet alleen kijken naar didactiek, maar ook naar motivatie, zelfbeeld, groepspositie en verwachtingen vanuit de omgeving. Die brede blik helpt om interventies gerichter en duurzamer te maken.

Wat mij in mijn werk het meest raakt, zijn de momenten waarop een kind zich werkelijk gezien voelt. Wanneer een leerling die jarenlang ‘moeilijk’ werd genoemd, opleeft zodra hij uitdagend werk krijgt. Wanneer ouders aangeven dat hun kind thuis minder spanning ervaart omdat school beter aansluit. Wanneer een kind woorden kan geven aan zijn binnenwereld en merkt dat daar serieus naar geluisterd wordt.

Jezelf mogen, maar ook kunnen zijn, blijven groeien, het kind dat zichzelf mag leren kennen met alles wat daarbij hoort, talenten ontdekken, valkuilen herkennen en ermee om leren gaan, een fundering bouwen is de basis voor elk kind! Dan kan persoonlijke groei door blijven gaan, welke van binnen naar buiten werkt en niet andersom. We zien vaak dat we leven naar de wensen die van je ‘verwacht’ worden. De grote levensreis is het ontdekken wat aansluit bij jou en hoe fijn is het als dat gebeurt met de juiste begeleiding die inzicht en bewustzijn ontwikkelt. En dat dit proces levenslang doorgaat, kan ik beamen….;-)

(H)erkenning kent geen leeftijd

Het verhaal van Lisette laat mooi zien dat de zoektocht naar begrijpen wie je bent niet gebonden is aan een bepaalde levensfase. Soms vallen puzzelstukjes pas veel later op hun plek. Niet omdat eerdere ervaringen er niet waren, maar omdat er op dat moment nog geen woorden, kennis of context voor beschikbaar waren.

Tegelijkertijd verbindt Lisette haar eigen ervaringen aan haar werk in het onderwijs. Want wanneer we beter begrijpen wat er achter gedrag kan liggen, ontstaat er ruimte om anders te kijken. Niet alleen naar het kind, maar ook naar de omgeving waarin dat kind zich probeert te ontwikkelen.

Wat ziet school? Wat zien ouders? Wat vertelt het kind zelf? Juist door die perspectieven bij elkaar te brengen, ontstaat ruimte voor een completer beeld. Een beeld waarin niet alleen wordt gekeken naar wat er misgaat, maar vooral naar wat iemand nodig heeft om te kunnen groeien.

Dank aan Lisette voor haar openheid en het delen van haar persoonlijke verhaal.

Drie verhalen, één belangrijke boodschap

Met het verhaal van Lisette sluiten we ons drieluik af. Loes, Cathelijne en Lisette namen ons ieder mee in een ander perspectief op hoogbegaafdheid. Hun levens en ervaringen verschillen, maar in alle drie de verhalen klinkt dezelfde behoefte door: gezien worden in wie je werkelijk bent.

Dat vraagt om meer dan alleen kennis van kenmerken. Het vraagt om nieuwsgierigheid naar de laag onder het zichtbare gedrag, aandacht voor de omgeving waarin iemand functioneert en professionals die met voldoende deskundigheid en diepgang durven kijken.

De Week van de Hoogbegaafdheid is een mooi moment om daar extra bij stil te staan. Maar de behoefte aan (h)erkenning stopt natuurlijk niet na één week. Daarom blijven we ons ook daarna inzetten voor meer kennis, begrip en passende ondersteuning rondom hoogbegaafdheid.

Want wanneer iemand zich werkelijk gezien en begrepen voelt, ontstaat er ruimte om te groeien.