Persoonlijke verhalen over hoogbegaafdheid – Deel 1: Loes
De Week van de Hoogbegaafdheid is een moment om bewust stil te staan bij wat hoogbegaafdheid écht betekent. Want hoogbegaafdheid is zoveel meer dan snel denken of hoge prestaties. Het is intens voelen. Diep verwerken. Anders kijken. Verbanden leggen. En soms ook: jezelf aanpassen aan een wereld die jou niet altijd lijkt te begrijpen.
Juist die binnenwereld blijft nog te vaak onzichtbaar. Gedrag wordt gezien, maar de laag daaronder niet altijd. Terwijl juist daar zoveel te begrijpen valt.
Daarom delen we in een drieluik drie persoonlijke verhalen over hoogbegaafdheid. Verhalen die raken, herkenning kunnen brengen en laten zien waarom kennis, (h)erkenning en een andere manier van kijken zo belangrijk zijn.
In dit eerste deel vertelt Loes haar verhaal. Over een herinnering uit haar vroege jeugd die de toon zette voor de jaren die volgden. Over anders zijn, faalangst, aanpassen en de façade die daardoor kan ontstaan. Maar bovenal over hoe belangrijk het is dat iemand uiteindelijk verder kijkt dan wat aan de buitenkant zichtbaar is.
Het verhaal van Loes
“Ik ben net vier. In het midden van de kring moet ik een ‘zieke patiënt’ spelen. De klas zingt vals en vrolijk om me heen, hand in hand. En ik… wil alleen maar weg hier. Alles in me schreeuwt dat het niet klopt. Ik bén niet ziek, kan deze rol niet spelen. Ik voel me naakt in het felle middelpunt van de aandacht. Zij lijken een vanzelfsprekende eenheid. Ik wijk af, ben geen onderdeel van dit onuitgesproken pact. Waarom snapt iedereen de regels behalve ik?
Ik fixeer me op de juf, op elke micro-expressie. Ik zoek houvast, bevestiging dat ik het goed doe. Elke minuscule beweging voelt als een oordeel: ik faal. Niet alleen in het spel, maar als mens. Het plotselinge besef slaat in als een bom: ik klop niet. Ik ben verkeerd. Anders. Kapot. Want als de hele klas geniet van deze activiteit, waarom lukt het mij dan niet?
De kring sluit zich als een kooi. Het gezang word harder, scheller, ondraaglijk. Het maakt me misselijk. Ik merk hoe de kinderen opgewonden reageren op mijn bleke gezicht, alsof mijn ellende het spel leuker maakt. Dus dwing ik mezelf tot een glimlach en leg mijn handen op mijn buik om mijn act van zieke patiënt kracht bij te zetten. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de mondhoeken van de juf omhoog krullen in een glinstering van een glimlach, alsof het geheel weer klopt nu ik doe wat wordt verwacht. Ik voel weer lucht, de juf is tevreden. Aanpassing.”
Dit is mijn vroegste jeugdherinnering. Die dag sneed dwars door me heen en zette de toon voor mijn verdere leven. Ik ontdekte dat ik anders was, voelde voor het eerst de verstikking van faalangst en leerde dat mijn veiligheid afhing van hoe goed ik anderen kon lezen. Daar ontstond mijn overlevingsstrategie: aanpassing.
Het blijft verbijsterend hoe iets kleins zo’n diepe impact kan hebben op een kind dat net de basisschool binnenstapt. Maar hoogbegaafdheid laat zich al in de meest futiele interacties voelen. Zonder woorden wist ik: ik begrijp deze wereld niet, en deze wereld begrijpt mij niet. Mijn anders-zijn was onmiskenbaar, en toch begon ik het vanaf dat moment te ontkennen. Overleven betekende aanpassen. Vanaf dat moment liet ik alleen mijn masker zien. Alles wat ik deed leek een succes, maar van binnen vrat angst me op: angst om te falen, om door de mand te vallen. Angst voor mezelf, die me als volwassene meer dan eens naar de rand dreef. Ik zocht hulp, maar niemand prikte door mijn façade heen. Niemand zag me, waarmee mijn overtuiging dat ík het probleem was alleen maar sterker werd. Tot iemand eindelijk met de juiste bril keek.
Juist daar maakt deskundigheid het verschil. Hoe hoger de begaafdheid, hoe verfijnder en hardnekkiger het overlevingsmechanisme dat zich jarenlang vastzet. Het kan zich uiten als aanpassing, maar net zo goed als eetproblemen, explosief gedrag, of depressie. Geen keuze – pure noodzaak. Wat bij mij leek op soepel functioneren, was niets meer dan een strak geconstrueerde façade.
Een vastlopende hoogbegaafde botst niet op onwil, maar op de kloof tussen zijn eigen diepgang en die van de wereld. Hij denkt in lagen die hij zelf nauwelijks kan vatten, wat verwarrend en soms beangstigend is. Dat vraagt om een professional die dit mechanisme herkent, erdoorheen prikt en voldoende veiligheid biedt om een overlevingspatroon dat deel van de identiteit is geworden, voorzichtig los te weken. Het afbreken van zo’n construct kan ontwrichten, soms tot het breekpunt. Daarom zijn diepgang, scherpte en vakmanschap geen luxe maar noodzaak. Ze bepalen het verschil tussen overleven en leven - met een impact die generaties kan raken.
Verder kijken dan wat zichtbaar is
Het verhaal van Loes laat zien hoeveel er schuil kan gaan achter gedrag dat aan de buitenkant misschien helemaal niet opvalt. Aanpassen kan eruitzien als goed functioneren. Meedoen kan lijken op je prettig voelen. En succes aan de buitenkant vertelt niet automatisch hoe iemand zich vanbinnen ervaart.
Juist daarom is (h)erkenning zo belangrijk. Niet alleen zien wat iemand doet, maar nieuwsgierig blijven naar waarom. Naar de binnenwereld achter het gedrag en naar wat iemand nodig heeft om niet alleen mee te kunnen doen, maar daadwerkelijk zichzelf te kunnen zijn.
Dank aan Loes voor haar openheid en het delen van haar persoonlijke verhaal.
In deel 2 van dit drieluik lees je het verhaal van Cathelijne. Zij vertelt hoe het besef dat zij anders dacht en diepere verbanden zag jarenlang invloed had op haar zelfbeeld en haar plek binnen het onderwijs. Ervaringen die uiteindelijk ook de basis vormden voor haar professionele pad en de manier waarop zij nu anderen ondersteunt.
Laten we samen ruimte maken voor (h)erkenning. Want waar jij verdiept, groeit de ander.
